Wet bestuur en toezicht rechtspersonen – deel 6 (tegenstrijdig belang); bestuurders en toezichthouders bereid u voor!

J. (Janneke) Braat

J. (Janneke) Braat

Geplaatst op

2 minuten

De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR-2021) heeft lang op zich laten wachten, maar treedt op 1 juli 2021 (eindelijk) in werking. Deze invoering zal ingrijpende gevolgen hebben voor (de positie van bestuurders en toezichthouders van) stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. De komende weken bereiden wij u graag voor op de inwerkingtreding van de WBTR door het plaatsen van een aantal korte blogs en het geven van een webinar in de tweede helft van juni a.s. In onze introductie van deze blogreeks bespraken wij dat de WBTR zeven belangrijke elementen bevat. In dit zesde deel van de blogreeks staat het onderwerp tegenstrijdig belang centraal.
 

Tegenstrijdigbelangregeling

Op dit moment bevat de wet voor de meeste rechtspersonen (de naamloze en besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid (NV en BV), vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij) een regeling voor het geval het belang van een bestuurder of commissaris tegenstrijdig is met het belang van de rechtspersoon. Deze regelingen verschillen echter inhoudelijk van elkaar. Voor de vereniging, coöperatie en onderlinge waarborgmaatschappij geldt momenteel de zogenaamde vertegenwoordigingsregel. Dit houdt in dat indien er sprake is van een tegenstrijdig belang tussen een bestuurder of commissaris en de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij, de Algemene Vergadering één of meer personen kan aanwijzen die de vereniging, coöperatie of onderlinge waarborgmaatschappij vertegenwoordigt of vertegenwoordigen. Voor de stichting ontbreekt echter een wettelijke regeling omtrent tegenstrijdig belang in het geheel. Met de inwerkingtreding van de WBTR wordt de wettelijke tegenstrijdigbelangregeling geüniformeerd voor alle rechtspersonen.

Alle rechtspersonen
De tegenstrijdigbelangregeling die nu geldt voor NV’s en BV’s wordt straks geïntroduceerd voor alle rechtspersonen. Voor NV’s en BV’s geldt de zogenaamde besluitvormingsregel (WBT-2013). Dit betekent dat een bestuurder of commissaris (van alle rechtspersonen) met een tegenstrijdig belang, niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp.

Indien alle bestuurders een tegenstrijdig belang hebben en daardoor geen besluit kan worden genomen, verschuift de beslissingsbevoegdheid naar de Raad van Commissarissen. Als er geen Raad van Commissarissen is, is de Algemene Vergadering bevoegd. Voor commissarissen met een tegenstrijdig belang geldt een overeenkomstige regeling. In dat geval vindt de verschuiving van de beslissingsbevoegdheid naar de Algemene Vergadering plaats. Overigens mogen de statuten van een rechtspersoon anders bepalen. Bijvoorbeeld dat het bestuur of de Raad van Commissarissen het besluit (ondanks het tegenstrijdig belang) alsnog kan nemen.

Een besluit dat is genomen in strijd met de tegenstrijdigbelangregeling is vernietigbaar. De vernietiging van een besluit heeft in principe geen gevolgen voor de rechtsgeldigheid van de rechtshandelingen die uitvoering geven aan dat besluit en voor de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het bestuur (die blijft ongewijzigd).

De tegenstrijdigbelangregeling geldt automatisch vanaf 1 juli 2021 voor bestuurders en commissarissen van stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. Een statutenwijziging is hiervoor niet vereist, maar het is wel raadzaam om de tegenstrijdigbelangregeling te vervangen om onduidelijkheden te voorkomen. ‘Oude’ statutaire tegenstijdig belangregelingen gelden per 1 juli 2021 niet meer.

Stichting
Voor de stichting geldt een aanvulling op de hiervoor uiteengezette tegenstrijdigbelangregeling. De achterliggende reden is dat een stichting geen Algemene Vergadering kent. Indien er geen Raad van Commissarissen is, is bepaald dat in geval van tegenstrijdig belang van een bestuurder de beslissingsbevoegdheid bij het bestuur van de stichting blijft rusten. Als een stichting wel een Raad van Commissarissen heeft, blijft de Raad van Commissarissen in geval van een tegenstrijdig belang van een commissaris bevoegd om te beslissen. Voor zowel het bestuur als de Raad van Commissarissen geldt de (extra) verplichting om de overwegingen die ten grondslag liggen aan het besluit schriftelijk vast te leggen.

Heeft u momenteel al vragen over de WBTR, dan hoeft u natuurlijk niet te wachten tot onze volgende blog of ons webinar. Neem gerust eerder contact met ons op.

Lees hier de voorgaande delen uit de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen-reeks

 

New call-to-action

 

Modernisering van het ondernemingsrecht: wat is de stand van zaken?

Gerelateerd bericht:

Modernisering van het ondernemingsrecht: wat is de stand van zaken?