Wet bestuur en toezicht rechtspersonen – deel 5 (ontslag en bestuursverbod); bestuurders en toezichthouders bereid u voor!

J. (Janneke) Braat

J. (Janneke) Braat

Geplaatst op

2 minuten

De Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR-2021) heeft lang op zich laten wachten, maar treedt op 1 juli 2021 (eindelijk) in werking. Deze invoering zal ingrijpende gevolgen hebben voor (de positie van bestuurders en toezichthouders van) stichtingen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen. De komende weken bereiden wij u graag voor op de inwerkingtreding van de WBTR door het plaatsen van een aantal korte blogs en het geven van een webinar in de tweede helft van juni a.s. In onze introductie van deze blogreeks bespraken wij dat de WBTR zeven belangrijke elementen bevat. In dit vijfde deel van de blogreeks staat het onderwerp ontslag en bestuursverbod centraal.
 

Verruiming ontslaggronden

Op grond van de wet kan een bestuurder van een stichting worden ontslagen door de rechtbank indien die bestuurder:

  • iets doet of nalaat in strijd met de bepalingen van de wet;
  • iets doet of nalaat in strijd met de statuten;
  • zich schuldig maakt aan wanbeheer; of
  • niet of niet behoorlijk voldoet aan een voor de voorzieningenrechter gegeven bevel.     


In de praktijk is gebleken dat deze ontslaggronden niet toereikend zijn. In bepaalde gevallen kan het ontslag van een bestuurder die het belang van de stichting zodanig schaadt dat het niet langer verantwoord is om hem als bestuurder te handhaven daarmee niet worden bewerkstelligd. Vanwege deze onwenselijke situatie bevat de WBTR een aangepaste wettelijke ontslagregeling voor een stichtingsbestuurder. Deze regeling voorziet in een verruiming van voornoemde ontslaggronden en is ontleend aan de regeling voor ontslag van een commissaris van een structuurvennootschap door de Ondernemingskamer.

Na de invoering van de WBTR kan een stichtingsbestuurder door de rechter worden ontslagen wegens:

  • verwaarlozing van zijn taak;
  • andere gewichtige redenen;
  • ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan het voortduren van het bestuurderschap in redelijkheid niet geduld kan worden; en
  • het niet of niet behoorlijk voldoen aan een bevel van de voorzieningenrechter.

Deze nieuwe ontslagregeling gaat ook gelden voor het ontslag van een commissaris van een stichting. Momenteel ontbreekt namelijk nog een wettelijke ontslagregeling voor commissarissen van een stichting.

Uitbreiding bestuursverbod

Op dit moment kan een stichtingsbestuurder die is ontslagen door de rechtbank gedurende een periode van vijf jaar na zijn ontslag geen bestuurder van een stichting worden. Dit is het zogenaamde bestuursverbod. Deze regeling wordt door de WBTR uitgebreid. Een bestuurder van een stichting mag gedurende vijf jaren na zijn ontslag ook geen commissaris van een stichting worden.

Heeft u momenteel al vragen over de WBTR, dan hoeft u natuurlijk niet te wachten tot onze volgende blog of ons webinar. Neem gerust eerder contact met ons op.

 

Lees hier de voorgaande delen uit de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen-reeks

 

New call-to-action

 

Modernisering van het ondernemingsrecht: wat is de stand van zaken?

Gerelateerd bericht:

Modernisering van het ondernemingsrecht: wat is de stand van zaken?