Wet Franchise: we zijn over de helft!

M.R. (Martijn) van de Zand

M.R. (Martijn) van de Zand

Geplaatst op

3 minuten

Op 1 januari 2021 trad de (nieuwe) Wet Franchise in werking. Zoals bij bijna alle nieuwe wetgeving zijn er nog verschillende open normen en bestaan er nog verschillende onduidelijkheden. Omdat u nog minder dan een jaar heeft om uw bestaande franchiseovereenkomst volledig in lijn te brengen met de Wet Franchise, brengen wij een blogreeks uit. Dit artikel is daarvan de aftrap. Hierin nemen wij u mee in de belangrijkste veranderingen en gevolgen van de Wet Franchise.

Wat is het doel van deze (nieuwe) Wet Franchise?

Het doel van deze wet is het creëren van: “een meer evenwichtige verhouding tussen de belangen van de franchisegever en die van de franchisenemer, waarbij beide voldoende ruimte houden om als ondernemer te kunnen voorzien in hun inkomsten”.

Via deze weg heeft de wetgever geprobeerd om de positie van de franchisenemer in verschillende fasen van de samenwerking te versterken. Zo is er gedacht aan versterking van de positie van de franchisenemer:

  • voorafgaand aan het sluiten van een franchiseovereenkomst;
  • gedurende de franchiseovereenkomst; en
  • bij de beëindiging van de franchiseovereenkomst.

Ook bij deze wet zijn er nog verschillende open normen en bestaan er bij de uitwerking hiervan nog verschillende onduidelijkheden. Daar staat tegenover dat de Wet Franchise (nu al!) voldoende uitdagende verplichtingen en tijdsdruk met zich meebrengt. U heeft namelijk iets minder dan een jaar de tijd om uw bestaande franchiseovereenkomst volledig in lijn te brengen met de Wet Franchise.

Huidige gevolgen

In een blogreeks, waarvan dit artikel de aftrap is, nemen wij u mee in de belangrijkste veranderingen en gevolgen van de Wet Franchise. In deze artikelen staan wij onder andere stil bij:

  • Het Precontractuele Informatie Dossier (PID) en de standstill-termijn.
    Beide zorgen ervoor dat de franchisenemer zich bekend kan maken met de (financiële) risico’s van het aangaan van de franchiseovereenkomst en hiervoor de nodige tijd krijgt.

  • De informatie- en zorgplicht gedurende de looptijd van de franchiseovereenkomst.
    Hierbij mag een korte blik op het goed franchisegeverschap/goed franchisenemerschap niet ontbreken.

  • Het instemmingsrecht van de franchisenemers.
    Bij grote wijzigingen in de franchiseformule dient de franchisegever in overleg te treden met de franchisenemers of zelfs hun instemming te verkrijgen.

  • De positie bij het einde van de franchiseovereenkomst.
    De wetgever erkent ook dat er duidelijke afspraken moeten zijn als partijen uit elkaar gaan. Om die reden zoomen wij in op het non-concurrentiebeding en de goodwillbepaling in de franchiseovereenkomst.

 

Waar mogelijk besteden wij aandacht aan de reeds ingevulde open normen door recente jurisprudentie te bespreken en koppelen deze - indien mogelijk - aan aangrenzende rechtsgebieden.

Wat zijn de gevolgen voor oude en nieuwe franchiseovereenkomsten?

Zoals gemeld is de Wet Franchise in werking getreden op 1 januari 2021 en ziet deze op alle type franchise, maar nog niet volledig op de bestaande overeenkomsten. Dit heeft tot gevolg dat alle nieuwe franchiseovereenkomsten gesloten op óf na deze datum al volledig moeten voldoen aan de Wet Franchise. Dan gelden al wel de artikelen die meer zien op de relatie tussen franchisegever en franchisenemer dan op de franchiseovereenkomst zelf, zoals de informatie- en zorgplicht. Maar overgangsrecht bepaalt dat de artikelen met betrekking tot goodwill, non-concurrentiebedingen en het instemmingsrecht van de franchisenemer op bestaande franchiseovereenkomsten pas op 1 januari 2023 van toepassing worden. Hieruit volgt dat alle op 1 januari 2021 al bestaande franchiseovereenkomsten dus per 1 januari 2023 volledig in lijn moeten zijn met de Wet Franchise. Ligt u nog op schema? De overgangstermijn van twee jaar is al over de helft!

Oude discussies, nieuwe regels

Dat de Wet Franchise overigens ook op oude afspraken kan zien volgde onder meer uit een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. In deze zaak bestond al langere tijd discussie over een exit- en goodwillbepaling (lees: vóór inwerkingtreding), waarna de franchisenemer in een procedure (lees: na inwerkingtreding) stelde dat het recht op een goodwillvergoeding volgt uit artikel 7:920 BW en dat de franchisegever verplicht is hierover te onderhandelen. De franchisegever volgde deze redenering niet en achtte artikel 7:920 BW (nog) niet van toepassing op hun onderlinge rechtsverhouding, omdat die bepaling pas op 1 januari 2021 in werking is getreden.

De rechtbank oordeelt dat artikel 7:920 BW weliswaar op bestaande franchiseovereenkomsten pas van toepassing is per 1 januari 2023 en daarmee ziet op de verplichting om bestaande franchiseovereenkomsten aan artikel 7:920 BW aan te passen. Echter geldt dit dus niet voor de situatie, zoals in het onderhavige geval, waarin wordt onderhandeld over nieuwe, dus nog niet gesloten, franchiseovereenkomsten. Gelet hierop gold als uitgangspunt dat bij de onderhandelingen over een nieuw te sluiten franchiseovereenkomst, een regeling inzake de wijze van vaststelling van goodwill (artikel 7:920 BW) dient te worden betrokken.

Verwacht dus niet zomaar dat de Wet Franchise (nog) geen invloed zal hebben op uw huidige werkzaamheden.


Blogreeks

Zoals verwacht brengt de invoering van de Wet Franchise uitdagende verplichtingen met zich mee, waarvan zowel de franchisenemer als de franchisegever zich bewust moeten zijn. De komende weken zal deze blogreeks worden voortgezet met onder meer de in dit artikel genoemde belangrijkste veranderingen en gevolgen. Hiermee brengen wij u op de hoogte van de huidige stand van zaken over de Wet Franchise en de aanstormende einddatum van de overgangsperiode.


Heeft u momenteel of tussentijds al vragen, neem dan gerust contact met ons op!

New call-to-action

Wet Franchise: goodwill en non-concurrentie

Gerelateerd bericht:

Wet Franchise: goodwill en non-concurrentie