Kennis & blogs

Wet Franchise: goodwill en non-concurrentie

Geschreven door M.R. (Martijn) van de Zand | 17 maart 2022

In de blogreeks ‘Wet Franchise’ nemen wij u mee in de belangrijkste veranderingen en gevolgen van de Wet Franchise. De vorige blog stond in het teken van het instemmingsrecht van de franchisenemers. In deze blog staan de nieuwe wettelijke regels over goodwill en non-concurrentie bij het einde van de franchiseovereenkomst centraal.

Goodwill

In veel franchiseovereenkomsten (van vóór 1 januari 2021) is bepaald dat de franchisenemer bij het overdragen van zijn onderneming aan het einde van de looptijd van zijn franchiseovereenkomst geen of een minimale vergoeding krijgt voor de door hem opgebouwde goodwill.

In deze blogreeks kwam de bescherming van de franchisenemer voorafgaand aan het sluiten van de franchiseovereenkomst en gedurende de looptijd daarvan reeds aan bod.

Ter bescherming van de franchisenemers bij het einde van de franchiseovereenkomst, introduceert de wetgever in de Wet Franchise daarom voorwaarden die moeten worden verankerd in de goodwillbepaling die onderdeel uitmaakt van de franchiseovereenkomst.

De franchiseovereenkomst moet in ieder geval bepalen:

  • op welke wijze de goodwill wordt vastgesteld:
    - of goodwill aanwezig is in de onderneming van de franchisenemer;
    - zo ja, welke omvang de goodwill heeft;
    - in welke mate de eventuele goodwill aan de franchisegever is toe te rekenen.

  • op welke wijze goodwill die redelijkerwijs is toe te rekenen aan de franchisenemer bij beëindiging van de franchiseovereenkomst aan de franchisenemer wordt vergoed, indien de franchisegever de franchiseonderneming van de betreffende franchisenemer overneemt om deze onderneming zelfstandig voor te zetten dan wel over te dragen aan een nieuwe franchisenemer.


Denk bijvoorbeeld aan het opnemen van een concrete berekeningswijze in de franchiseovereenkomst of door het inschakelen van een onafhankelijke deskundige om die berekening te laten opmaken.

Non-concurrentie

In de praktijk is ook geconstateerd dat veel franchiseovereenkomsten (van vóór 1 januari 2021) erg ruim geformuleerde non-concurrentiebedingen bevatten. Hierdoor werden en worden franchisenemers na het einde van de franchiseovereenkomsten vergaand beperkt in hun toekomstige werkzaamheden.

Naast de introductie van de wettelijke bepalingen over goodwill, bevat de Wet Franchise bepalingen over non-concurrentie bij einde van de franchiseovereenkomst die de franchisenemer moeten beschermen.

In dat kader heeft de Wet Franchise de volgende voorwaarden opgesomd waaraan een geldig non-concurrentiebeding moet voldoen:

  • het non-concurrentiebeding is schriftelijk overeengekomen;
  • de beperking tot uitoefening van werkzaamheden heeft enkel betrekking op goederen of diensten die concurreren met de goederen of diensten waarop de franchiseovereenkomst betrekking heeft;
  • het non-concurrentiebeding is onmisbaar om de door de franchisegever aan de franchisenemer overgedragen knowhow te beschermen;
  • de duur van het non-concurrentiebeding is maximaal één jaar na het einde van de franchiseovereenkomst; en
  • de geografische reikwijdte is niet ruimer dan het gebied waarbinnen de franchisenemer de franchiseformule op grond van de betreffende franchiseovereenkomst heeft geëxploiteerd.

Overgangsrecht

Zoals eerder aangegeven in deze blogreeks, is de Wet Franchise op 1 januari 2021 in werking getreden. De nieuwe wettelijke bepalingen met betrekking tot goodwill en non-concurrentie worden echter pas op 1 januari 2023 op bestaande franchiseovereenkomsten (van vóór 1 januari 2021) van toepassing. Let op, bovenstaande voorwaarden moeten dus al wel in nieuwe franchiseovereenkomsten (van na 1 januari 2021) verankerd zijn.  

Gevolgen

De sanctie voor het overtreden van de nieuwe wettelijke bepalingen met betrekking tot goodwill en non-concurrentie is dat de afspraken daarover niet-rechtsgeldig zijn, ook wel nietig genoemd.

Tot slot

Bij het aangaan van een franchiseovereenkomst is het dus van belang om tijdig en goed na te denken over (de formulering van) de afspraken omtrent (onder meer) goodwill en non-concurrentie. Mocht u vragen hebben over (het formuleren van) de goodwill- en non-concurrentiebepalingen in uw (concept) franchiseovereenkomst, dan kijken we graag met u mee.