Warmtewet 2.0: kansen voor nieuwe warmtesystemen

A.C.L. (Annemarie) Carpaij

A.C.L. (Annemarie) Carpaij

Geplaatst op

3 minuten

In het Klimaatakkoord zijn afspraken vastgelegd voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving in Nederland. Zo is er in het akkoord opgenomen dat in 2050 ruim zeven miljoen woningen en één miljoen gebouwen ‘van het gas af moeten’. Dit betekent dat de warmtevoorziening in Nederland nagenoeg volledig moet worden verduurzaamd. De verwachting is dat collectieve warmtesystemen zoals stadsverwarming en WKO (Warmte Koude Opslag) hier een substantieel aandeel in zullen hebben. In dit artikel praat ik u bij over de Wet collectieve warmtevoorziening (ook wel de Warmtewet 2.0 genoemd) die – naar alle waarschijnlijkheid – op 1 januari 2022 in werking treedt.
 

Wetsvoorstel Warmtewet 2.0

Met het wetsvoorstel wil de wetgever de huidige Warmtewet (Warmtewet 1.0) herzien en aanvullen waar nodig, met als doel om groei en verduurzaming van collectieve warmtesystemen in de gebouwde omgeving mogelijk te maken.

De volgende doelen worden nagestreefd:

  • Groei van collectieve warmtesystemen door nieuwe spelregels.
    Eén van die nieuwe spelregels? De gemeente zal de regierol bij de verduurzaming van de gebouwde omgeving invullen.
  • Transparantie in de tariefstelling.
    In de Warmtewet 1.0 geldt, op basis van het zogenoemde ‘niet-meer-dan-anders principe’, een maximumprijs van collectieve warmte die wordt gebaseerd op de gasprijs. In de Warmtewet 2.0 zal de nieuwe tariefmethodiek (meer) kostengebaseerd worden.
  • Het aanscherpen van vereisten voor leveringszekerheid.
    Naast het verduidelijken van de huidige noodvoorziening bij uitval van levering, worden er in de Warmtewet 2.0 ook regels gesteld met het oog op het voorkomen van uitval van levering.
  • Zekerstellen van de verduurzaming.
    Met de Warmtewet 2.0 wordt een duidelijke en haalbare norm vastgesteld voor CO2-prestaties van collectieve warmtesystemen. Hierdoor wordt het verantwoordelijke warmtebedrijf aangespoord om over te gaan op een lange termijn verduurzamings- en investeringsstrategie.

Regierol weggelegd voor de gemeente

In het voorstel spreekt de wetgever over de noodzaak van het opstellen van ‘nieuwe spelregels’ om de groei van collectieve warmtesystemen te kunnen faciliteren. Hiermee doelt de wetgever op een wezenlijke verandering in de rollen en verantwoordelijkheden op de warmtemarkt. Met de nieuwe marktordening die de Warmtewet 2.0 in zich bergt, probeert de wetgever enerzijds warmtebedrijven meer zekerheid te bieden over hun inkomsten. Anderzijds probeert de wetgever gemeenten voldoende mogelijkheden te geven de regie te voeren over de transitie naar een duurzame warmtevoorziening.

Wat betreft de regierol die de gemeente wordt toebedeeld, geldt dat het wetsvoorstel onder andere bepaalt dat de gemeente beslist voor welk gebied een warmtebedrijf wordt aangewezen. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor de aanleg en exploitatie van een collectief warmtesysteem binnen de warmtekavel. De gemeente bepaalt in het omgevingsplan wat per wijk of gebied het duurzame alternatief voor verwarming via aardgas wordt en wanneer dit wordt gerealiseerd.

Welk warmtesysteem voor welke kavel?

De beslissingen die de gemeente in haar regierol op basis van de Warmtewet 2.0 zal moeten nemen, zijn complex. Zo zal de gemeente een keuze moeten maken welk warmtesysteem het meest geschikt is voor de aan te wijzen kavel. Wanneer de gemeente kiest voor het realiseren van een collectieve WKO-installatie zijn er verschillende, uiteenlopende aspecten die aandacht verdienen. Bij het vaststellen van (de omvang van) een warmtekavel zal de gemeente onder meer rekening moeten houden met:

  • voldoende beschikbaarheid van duurzame waterbronnen;
  • de technisch-economische mogelijkheid om een op zichzelf staand warmtesysteem te exploiteren binnen het kavel.

Het zal – om de verwachte groei van collectieve warmtesystemen mogelijk te maken – in ieder geval noodzakelijk zijn om infrastructuur en warmtebronnen aan te leggen. Zoals het er nu naar uitziet, is het niet mogelijk om de bronnen en ondergrondse leidingen op het perceel van één eigenaar te realiseren. Daardoor zal de aanleg van een WKO-installatie voor een deel – evenals bij andere kabels en leidingen van nutsbedrijven – via de grond van de gemeente verlopen. Daarnaast zullen er andere (grond)eigenaren bij een dergelijk project dienen te worden betrokken. Het is daarom de vraag of daarvoor de nodige medewerking kan worden verkregen. Verder is het voor het realiseren van een WKO-installatie noodzakelijk dat er een watervoerende laag in de bodem aanwezig is, zodat het benodigde grondwater daaruit kan worden opgepompt. Ook zal rekening moeten worden gehouden met al bestaande WKO-installaties, om negatieve onderlinge beïnvloeding van bronnen te voorkomen.

Met de mogelijke komst van de Warmtewet 2.0 krijgt de gemeente de regierol voor collectieve warmtesystemen. Ook nu – en dus zonder de regierol van de gemeente – worden er al veel initiatieven voor collectieve warmtesystemen ondernomen.  

Staat u op het punt te gaan investeren in een bouwkavel of komt u op een andere manier in aanraking met collectieve warmtesystemen? Neem dan contact op met ons Bouw & Vastgoed-team.

Certificering werkzaamheden aan CV-ketels: een lastenverlichting voor de VvE en de gemeente?

Gerelateerd bericht:

Certificering werkzaamheden aan CV-ketels: een lastenverlichting voor de VvE en de gemeente?